Vinoloog in vijf minuten

Vinoloog in vijf minuten

De feestdagen, de donkere dagen voor kerst en vooral de lange avonden tijdens de feestdagen komen eraan . Menigeen zal nu al dubben over de vraag: wat zal ik dit jaar weer eens op tafel zetten? Ook belangrijk en niet alleen voor een wijnjournalist: wat zullen we erbij drinken, that’s the question? Het aanbod is namelijk gigantisch: 50 wijn producerende landen, honderden geografische herkomstgebieden en 5000 verschillende duivensoorten.

Ga er maar aan staan, zult u denken. Bibliotheken zijn volgeschreven met dikke wijnboeken. Aan een gemiddelde wijngenieter zijn deze lijvige werken in het algemeen niet besteed: te uitgebreid en te technisch. Maar.. het kan eenvoudiger met een aantal vuistregels.

Google erop los: duik in uw kelder, trapgat of wijnrek en kijk wat er ligt. Google op de naam van de wijn en het herkomstgebied wat op het label staat. Dat kan zijn bijv. A.O.C., A.O.P. D.O.C. met daarachter de naam van een streek. Google op die naam en menusuggesties, wijnbeschrijvingen en bewaarpotentieel verschijnen op het beeldscherm. Doe hetzelfde met flessen die u in de supermarkt ziet. En: probeer er eerst eens eentje uit van te voren, laat u niet verrassen.
Soort bij soort: vroeger werd er over wijn en spijs gezegd: rood bij vlees, wit bij vis en kip. Met de tsunami aan soorten wijn van tegenwoordig gaat dat niet meer op. Bepaalde lichte rode wijnsoorten – bijvoorbeeld Oostenrijkse – gaan gekoeld goed bij vis en krachtige witte wijnen kunnen uitstekend bij vlees. Beter is het om stevige wijnen bij dito gerechten te serveren en de lichte wijnen bij de luchtige gerechten. En of dat rood of wit is, maakt geen biet uit.
Varieer eens met het aperitief: Zoals onze zuiderburen dat zo mooi kunnen zeggen: het aperitief dient om goesting in het eten te krijgen. Je krijgt trek van een glaasje! En dat is op dagen dat je veel eet best wel handig. De hype van dit moment – alhoewel er geen druif aan te pas is te komen – is gintonic. Die, helemaal van deze tijd, zowel vòòr het eten geserveerd kan worden als érna. Zij het in iets verschillende uitvoeringen, maar toch. Verder is een bubbeltje, waarover later meer, ook aantrekkelijk. Maar van dacht u van een ouderwets glaasje droge sherry, een Fino of Manzanilla? Dit heeft een zekere chique en men drinkt het over het algemeen redelijk rustig. Ook niet onbelangrijk in deze dagen van overvloed. Een andere suggestie: a glass of Madeira my dear. Vroeger bezongen en langzamerhand weer terug onder de mensen: Madeira. Een langdurig gerijpt en versterkt druivenaperitief, eenmaal open blijft de inhoud eeuwig goed. Iets wat we niet van sherry, ports en wijn kunnen zeggen.
‘Temperature is a tool’: iedere sommelier weet dat je met temperatuur een wijn kunt sturen. Grofweg: hoe kouder, des te zuurder én hoe warmer, des te zwoeler en zoeter. Vaak lees je het advies ‘op kamertemperatuur’. Dit advies is geschreven in een tijd dat er nog geen centrale verwarming was. Kunt u nagaan hoe lang dat geleden is. Want kamertemperatuur voor rode wijn is 16 graden en dat is het tegenwoordig nergens meer. Witte wijn wordt vaak te koel geserveerd, namelijk rechtstreeks uit de ijskast op 5 graden Celsius. Dan smaakt-ie een stuk zuurder. Beter is het om zwaardere witte wijnen op 14 graden te serveren en lichtere soorten op 11 graden. Een wijn uit de koelkast gehaald, wordt in één uur 5 graden warmer. Haal de witte wijn een uurtje eerder uit de ijskast. Omgekeerd werkt het ook: als u rode wijn in de huiskamer bewaart, kunt u deze juist beter één uur voor het openen koel zetten.
De bubbels : De gemiddelde Nederlander drinkt alleen bubbels met oud en nieuw. Supermarkten springen daar handig op in door dan aanbiedingen te doen met goedkope champagnes van onder de 15 Euro. Dit zijn producten die wél de naam van de streek mogen dragen, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Te zuur, te weinig fruit en ontoegankelijk. Ik zeg: koop ze niet. Ga dan voor een Cava – kwaliteits mousserende wijn uit Spanje , een Italiaanse Prosecco of een Crémant uit bijvoorbeeld de Elzas. Deze zijn te koop bij supermarkten en bijvoorbeeld ook bij de HEMA voor minder dan een tientje en ze smaken een stuk beter. Drink ze eens als aperitief of bij de Nieuwjaarsbrunch. Weet u het nog: soort bij soort? Droge champagnes gaan niet bij zoete oliebollen, het is niet anders.
Tot slot: geniet!  Het leven is te kort om slechte wijn te drinken.

Charlotte van Zummeren

Gepubliceerd op 11 december in de kerstbijlage van het Amstelveens Nieuwsblad als wijntips voor beginnende wijnminnende consumenten.


Rubriek(en):
Columns

Gerelateerde berichten


    Hoofdmenu